Wat zegt de Bijbel over de positie van de vrouw?

08

mrt

Vandaag is het internationale vrouwendag, een dag om vrouwen in het zonnetje te zetten en stil te staan bij vrouwenrechten en emancipatie. Je kunt je afvragen of dat nodig is in deze tijd, maar helaas blijkt in de praktijk nog teveel ongelijkheid. Schandalen zoals bij The Voice trekken aandacht, maar het gaat bijvoorbeeld ook nog niet goed met het bestrijden van huiselijk geweld (meestal gericht tegen vrouwen), gelijke beloning voor hetzelfde werk en vrouwen in belangrijke functies. Waar komt het vandaan dat de positie van de vrouw ongelijk (ondergeschikt) is aan die van mannen? Sommige mensen beweren dat het een Bijbels principe is, maar heeft God het daadwerkelijk zo bedoeld? Laten wij eens op onderzoek uitgaan en beginnen bij het begin!

‘God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken […] God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen.’
– Genesis 1:26a-27, NBV21

Nadat God de mensen heeft gemaakt en gezegend, krijgen ze de opdracht om de aarde te bevolken en onder hun gezag te brengen. In sommige vertalingen staat ‘heersen over de aarde’ wat inhoudt dat ze verantwoordelijkheid dragen voor de schepping, dat het beheer/de zorg hun taak is.

Uit het tweede gedeelte over de schepping blijkt dat Adam als eerste werd geschapen en daarna van God Eva krijgt.

‘Toen riep de mens uit:
‘Dit is ze!
Mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees en bloed.
Vrouw wordt zij genoemd,
genomen uit een man.’
Daarom maakt een man zich los van zijn vader en moeder en hecht hij zich aan zijn vrouw, en zij zullen één lichaam zijn. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.’
– Genesis 3:23-25, NBV21

In het begin was er gelijkheid

Ook al was Adam er als eerste, nergens lezen we over ongelijkheid in de positie van de vrouw ten opzichte van de man; dat vrouwen minder waarde en minder rechten zouden hebben. Gelijkheid betekent echter niet dat ze hetzélfde zijn: God schiep hen mannelijk én vrouwelijk. Verschillend dus, waardoor de één de ander tot hulp kan zijn (Genesis 2:18). Gods plan was dat de mensen in harmonie met Hem en elkaar zouden leven. Alles was zeer goed, concludeerde God na het scheppen van de mensen. Pas als Adam en Eva hebben gezondigd ontstaat er ongelijkheid in de verhoudingen. De man zal heersen over de vrouw en er wordt hier een ander woord voor heersen gebruikt dan eerder. De vrouw zal op een bepaalde manier afhankelijk worden van de man, waardoor de man misbruik kan maken van zijn positie en op een negatieve wijze kan heersen.

‘Je zult je man begeren
en hij zal over je heersen.’

– Genesis 3:16b, NBV21

Dat de positie van de vrouw ongelijk zou worden aan die van de man is niet zoals God het bedoeld heeft, maar een gevolg van de zonde. De woorden ‘vrouwen weest uw man onderdanig’ (Efeziërs 5:22, NBG ’51) worden gezien als bevestiging van die ondergeschiktheid, maar is slechts een klein deel van de tekst. En de zonde beïnvloedde niet alleen de relatie tussen man en vrouw, maar breidde zich ook uit naar relaties op gezinsniveau (Kaín en Abel), naar relaties in bredere zin, tot relaties tussen volken.

Het verval is door de zonde in gang gezet en lijkt niet meer te stoppen, zelfs niet door de zondvloed (Genesis 7). Tot we bij Genesis 12 aankomen. Hier wordt Gods reddingsplan zichtbaar, dat trouwens al werd aangekondigd direct nadat het mis ging (Genesis 3:15). God kiest Abram en in hem zullen alle volken op aarde gezegend worden. Die zegen wordt uiteindelijk zichtbaar in Jezus (Mattheüs 1:1-16; Lucas 3:23-38).

Herstel van ongelijkheid

Jezus was Gods oplossing voor de zonde, maar ook voor het daaruit voortkomende probleem van ongelijkheid in relaties, van overheersing en machtsmisbruik. God heeft besloten om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd, Christus, samen te brengen (Efeziërs 1:9-10). Vervolgens lezen we in de Efezebrief over herstel van allerlei soorten relaties:

  • tussen de volkeren (Efeziërs 2:14-16 en 18);
  • eenheid in de gemeente (Efeziërs 4);
  • tussen ouders en kinderen (Efeziërs 6:1-4);
  • binnen werkrelaties (Efeziërs 6:5-9));
  • maar ook herstel in de relatie tussen man en vrouw, de positie van de vrouw.

Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus (…) voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man.’
– Efeziërs 5:21 en 33, NBV21

Uit het tekstgedeelte – gericht op een huwelijksrelatie tussen man en vrouw – wordt een verband gelegd met de relatie van Christus en de kerk; het gaat om wederzijdse liefde en niet om heersen, maar dienen. Jezus, de Zoon van God, werd een dienaar, gelijk aan de mensen en Hij vernederde Zichzelf door de straf van onze zonden op zich te nemen (Filippenzen 2:5-8). Het toppunt van gelijkheid: niet jezelf verheffen, maar jezelf vernederen! Daar kunnen we allemaal van leren, ongeacht of we nu man of vrouw zijn.

Jezus is gekomen om relaties te herstellen en alles en iedereen wordt onder Hem, het Hoofd, samengebracht. Hij heeft nooit gewild dat mensen over elkaar zouden heersen. Voor Hem is er geen ongelijkheid tussen personen in het algemeen, dus ook niet in de positie van de vrouw ten opzichte van de man. Als Hij terugkomt zal er volledig herstel en gelijkheid zijn. Laten we tot die tijd het voorbeeld van Jezus volgen door lief te hebben en ontzag te tonen voor elk medemens, man of vrouw; er is nog genoeg werk aan de winkel!

Aan de slag!

  • Lees Efeziërs 5:21-33.
    Hoe ervaar jij jouw positie als vrouw en komt dat overeen met Gods Woord?
  • Zijn er mensen die jij ongelijk behandelt en wat wil je hieraan doen?
  • Bid voor vrouwen die te maken hebben met misbruik, onderdrukking, geweld.

Marijke Gootjes-Verhoeve

Deel deze overdenking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

© 2021 Zij Lacht | Alle rechten voorbehouden