Tegen Gods wil in bidden – mag dat eigenlijk wel?

27

okt

Hadassa

‘Onze Vader, die in de hemelen zijt; Uw naam worde geheiligd,[…] Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde…’ Het zijn de eerste regels van het gebed dat Jezus leerde aan Zijn discipelen. Een gebed waarin je vraagt of God Zijn wil mag doen. Waarin je bidt dat Hij het net zo voor het zeggen mag hebben op de aarde, zoals Hij het ook in de hemel voor het zeggen heeft. Dat Zijn wil mag gebeuren, ook in jouw leven. Maar wat als je Gods wil niet wilt doen? Wat als je helemaal niet wilt bidden dat ‘Gods wil geschiedde’, omdat je niet hetzelfde wil als God? Mag je dan ook tegen Gods wil in bidden? Het klinkt niet echt als iets wat je als ‘goede christen’ zou moeten doen. Je moet toch altijd bereid zijn Gods wil te doen?

Het is laat in de avond. Jezus heeft net uitgebreid met Zijn leerlingen gegeten en gepraat. Hij heeft hen proberen uit te leggen wat er staat te gebeuren. Dat Hij op het punt staat om te gaan doen waarvoor Hij is gekomen. Dat het er nu op aankomt. Dat Hij moet gaan sterven. Maar voordat dat gaat gebeuren, neemt Jezus zijn leerlingen mee naar buiten.

Jezus ging met hen naar een tuin die Getsémané (= olijfpers) heet. Daar zei Hij tegen de leerlingen: “Gaan jullie hier zitten. Ik ga een eindje verderop bidden.” Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met Zich mee. En Hij begon te bidden. Hij was heel erg bang en bedroefd. Toen zei Hij tegen hen: “Ik ben verschrikkelijk bedroefd. Ik ga zowat dood van verdriet. Blijven jullie hier. Blijf wakker en wacht op Mij.” Hijzelf liep een eindje verder. Daar knielde Hij neer met zijn gezicht tot op de grond en bad: “Vader, als het mogelijk is, laat Mij dan alstublieft niet de wijnbeker van uw straf leeg hoeven te drinken.
– Matteüs 26:36-39a (BasisBijbel)

Jezus staat voor één van de moeilijkste momenten van Zijn leven. Hij weet precies wat er gaat gebeuren. Hij weet precies wat Hem te wachten staat. Pijn. Vernedering. Verachting. Dood. Hier is Hij voor gekomen. Om een straf te krijgen, die Hij helemaal niet verdient. Om het kruis te dragen, dat niet voor Hem bestemd is. Straks zal één van Zijn vrienden komen om Hem te verraden en gevangen te nemen.

Jezus is bang en bedroefd. Daarom gaat Hij naar een rustige plek om te bidden. Hij laat Zijn vrienden achter en loopt verder. Dan knielt Jezus neer en bidt. Hij vraagt God of Hij niet hoeft te sterven. Of Hij niet zo hoeft te lijden. Of Hij dit allemaal, als het mogelijk is, niet hoeft te ondergaan. Wat God van Hem vraagt, is te zwaar. De taak die voor Hem klaarligt, is te moeilijk. Daarom vraagt Hij God, of God niet toch iets anders kan verzinnen. Of Hij niet toch iemand anders kan sturen. Of God niet toch nog een plan B heeft liggen, wat minstens net zo goed is en wat dezelfde uitwerking heeft.

Jezus’ gebed is niet zomaar een gebed om hulp of kracht. Het is niet zomaar een gebed om God te vragen zijn taak minder zwaar te maken. Jezus vraagt of God deze taak aan Hem voorbij kan laten gaan. Of God Zijn plan niet wil aanpassen. Jezus bidt tegen Gods wil in.

Alles in Hem schreeuwt dat Hij dit niet kan. Dat Hij dit niet wil. Als er toch de mogelijkheid is… Toch is Jezus’ gebed nog niet afgelopen. Ondanks dat Hij zo bang is en dat Hij het zo moeilijk vindt. Ondanks dat Hij het niet wil. Toch bidt Hij:

Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.
– Matteüs 26:39b (NBV)

Hij bidt, hoe bang Hij ook is. Hoe erg Hij ook tegen Zijn taak op ziet. Hoe graag Hij ook wil dat God Zijn plan aanpast. Toch kiest Jezus ervoor om Gods wil boven Zijn eigen wil te zetten. Hoeveel moeite en strijd Hem dat ook kost. Hoe zeer Hij ook tegen Zichzelf ingaat: ‘Niet mijn wil, maar de Uwe. Het gaat niet om wat ik wil, maar wat U wilt.’

Jezus laat Gods wil voorgaan. Hij kiest ervoor niet naar Zichzelf, maar naar God te luisteren. Zo gebeurt uiteindelijk toch Gods wil. Al bad Hij er tegenin. Al wilde Hij niet gaan. Jezus ging tóch en Hij stierf voor jou en mij aan het kruis. Hij koos, ondanks dat Hij het zelf niet wilde, om Gods wil te doen.

Jezus leert je dat je alles bij God mag brengen. Je onwil. Je onkunde. En je verzet tegen Zijn plan. Hij leert je dat je alles tegen God mag zeggen. Dat de taak die God voor ons heeft, soms te zwaar en soms te moeilijk is. Dat je mag vragen of God Zijn wil kan veranderen. Of Hij Zijn plan niet wil aanpassen.

Maar Jezus leert je ook een ander gebed. Een gebed dat Gods wil boven jouw eigen wil zet. Een gebed dat je menselijke onwil en zwakte bij God brengt. En een gebed dat God uiteindelijk laat beslissen wat gaat gebeuren. Hoe moeilijk dat ook is. Hoe erg het ook tegen jezelf ingaat. Een gebed dat zegt: ‘Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.’

Aan de slag!

Luister naar het lied ‘Thy will be done’ van Hilary Scott en denk na over de volgende vragen:

1. Hoe ga jij om met Gods wil? Bid je weleens of God Zijn wil in jouw leven mag doen? Waarom wel of niet?
2. Is er weleens een moment geweest waarop je het lastig vond om Gods wil te doen? Of is er op dit moment iets waarin je het lastig vindt om Gods wil te volgen?
3 Wat neem je mee van de manier waarop Jezus omgaat met het bidden om Gods wil en tegen Gods wil in?

Deel deze overdenking

Bijbel in een jaar

Heb jij altijd al eens de hele Bijbel in 1 jaar willen lezen?
Dit is je kans!
Bekijk hoe jij mee kunt doen aan de Zij Lacht Bijbel in 1 jaar challenge. 

Ik ben benieuwd!

  1. Marije schreef:

    Mooi hoe je schrijft, Jezus leert ons om ons verzet bij God te brengen. Soms dan mag dat voor je gevoel niet, maar zoals je hier zegt mag dat verzet er ook zijn! Prachtige blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

© 2023 Zij Lacht | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap