Hoop op God, want ik zal Hem weer loven

10

jul

Paola Don

In moeilijke situaties lijkt God er soms niet te zijn. De herinnering aan Zijn aanwezigheid helpt de dichter van Psalm 42 om hoop te houden: ooit zal hij God weer loven en dicht bij Hem zijn! 

God is er niet

Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God! Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God. Wanneer zal ik binnengaan om voor Gods aangezicht te verschijnen? Mijn tranen zijn mij tot voedsel, dag en nacht, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?
– Psalm 42:2-4 (HSV)

De dichter van Psalm 42 bevindt zich in een benarde situatie. In zijn situatie lijkt God ver weg te zijn. Met de beeldspraak van een hert probeert hij over te brengen hoe groot zijn verlangen naar God is. Zoals een hert water nodig heeft, zozeer heeft de dichter God nodig. 

Wat voor situatie het is waarin de dichter zich bevindt, wordt niet duidelijk in de psalm. Wel lijkt het aannemelijk dat het een situatie is waarin hij zich echt niet alleen kan redden. Gods hulp is nodig om er doorheen te komen. En om het nog wat erger te maken, vragen omstanders continu aan hem waar God is. In vers 11 staat het nog sterker uitgedrukt:

“Met een doodsteek in mijn beenderen honen mijn tegenstanders mij, omdat zij de hele dag tegen mij zeggen: Waar is uw God?”
– Psalm 42:11 (HSV)

De dichter weet het niet. Hij weet niet waar zijn God is en wanneer hij Hem weer zal ontmoeten. Wat een wanhoop moet de dichter voelen!

God was er wel

Wat hem helpt om zich staande te houden, is een herinnering uit het verleden: 

Hieraan denk ik en ik stort mijn ziel in mij uit: hoe ik meeging in de stoet en met hen optrok naar Gods huis, onder luide vreugdezang en lofliederen: een feestvierende menigte.
– Psalm 42:5 (HSV)

Ooit heeft hij de aanwezigheid van God wél gemerkt. Ooit ging hij met een hele stoet naar Gods huis, terwijl ze met elkaar lofliederen zongen en feest vierden. Waarschijnlijk was die gebeurtenis een optocht van Israëlieten die op weg was naar Jeruzalem om één van de grote feesten te vieren. Ze doorkruisten met elkaar het land en waren vol van de Heer. De herinnering aan Gods aanwezigheid is niet genoeg, maar helpt de dichter wel om hoop te houden:

Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven voor de volkomen verlossing van Zijn aangezicht.
 – Psalm 42:6 (HSV)

God zal er zijn

In de tweede helft van Psalm 42 roept de dichter het uit in zijn ellende. Het ene moment lijkt hij te verzwelgen in alles wat hem overkomt en het andere moment lijkt hij zich opnieuw te herinneren dat de levende God weer dichtbij zal komen. De tekst in vers 6 komt meerdere keren terug, ook in Psalm 43, als een refrein. De dichter lijkt zichzelf ermee toe te spreken: waarom is hij zo onrustig en terneergeslagen? God zal hem verlossen uit de ellende en hij zal God weer loven. Zijn aanwezigheid zal weer merkbaar zijn!

Misschien herken jij wel iets van de geestelijke strijd van de dichter. Aan de ene kant ervaar je soms weinig of zelfs niks van God, en aan de andere kant kun je je misschien ook momenten herinneren waarin God wel heel dichtbij was. Op moeilijke momenten, waarin God niet zo aanwezig lijkt te zijn, kan de wanhoop je overvallen. Is voor jou de herinnering aan een betere tijd dan ook een hoopgevende gedachte? Durf je dan terug te vallen op wat je eerder van God hebt ervaren en daardoor te geloven dat Hij er ondanks alles bij is?

Aan de slag! 

Denk vandaag na over de volgende vraag: hoe ga jij op moeilijke momenten om met Gods aan- of afwezigheid?

    Deel deze overdenking

    1. Sophie schreef:

      Dank voor deze bemoediging, deze psalm 🙏❤️

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    © 2024 Zij Lacht | Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap