Hoe verloren je ook bent God viert feest wanneer jij terugkomt!

Heb je wel eens iets gedaan waardoor je bijna God niet meer durfde aan te kijken? Of het tegen Hem te zeggen (terwijl we natuurlijk allemaal weten dat Hij alles weet)? Heb je er ooit wel eens over nagedacht hoe God denkt over ons wanneer wij om vergeving vragen? Ik merk bij mezelf dat ik het soms best lastig vind om vergeving te vragen voor mijn zonden, omdat ik dan moet erkennen dat ik een zondaar ben. Ook moet ik open en eerlijk zijn tegen Hem en dus eigenlijk zeggen, tegen mijn Heiland en Herder, dat ik tegen Hem heb gezondigd. Maar weet je wat God doet? Hij juicht, Hij doet zijn armen open en slaat Zijn armen om je heen!

Wat hebben wij toch een bijzondere God hé? Zo anders dan hoe de wereld met ons omgaat. Hij laat je namelijk nooit in de steek, hoe ver je ook van Hem verwijderd bent of hoe dwaas je stappen ook zijn. Als we de Bijbel openslaan bij Lukas 15 vanaf vers 11, dan lezen we het verhaal van de verloren zoon. Plots komt de zoon bij zijn vader en zegt tegen hem in vers 12:

De jongste van de twee zei tegen zijn vader: ‘Vader, geef mij nu alvast het deel van de erfenis dat later voor mij zal zijn.’ Toen verdeelde de vader alles wat hij had tussen zijn twee zonen.

Oef, is dat niet ietwat arrogant in die tijd? In die tijd vroeg je niet om dit soort dingen, vroeger bleef je je ouders gehoorzaam en wachtte je tot jouw deel van de erfenis jou werd toebedeeld. Blijkbaar was deze zoon erg zeker van zijn zaak, want in vers 13 lezen we:

En paar dagen later verkocht de jongste zoon zijn deel van de erfenis en ging met het geld naar een ver land. Daar maakte hij zijn geld op door een rijk en lui leventje te leiden.

Huppakee! Alles verbrassen en het rijke leventje leiden. Althans, dat dacht hij. Zijn wij zo ook niet vaak? Dat wij denken dat we alles wel zelf kunnen zonder de mensen om ons heen of zonder God? Dat we veel te veel bezig zijn met de materiële zaken hier op aarde in plaats van met datgene wat echt van waarde is? En ik moet toch eerlijk zeggen dat ook bij mij de maand af en toe net wat te lang duurt, omdat ook ik het soms best lastig vind om met geld om te gaan! Maar dan keert het tij, want van dat luxe leventje is niks meer over in vers 14-16:

Toen al zijn geld op was, kwam er een zware hongersnood in dat land. Hij begon honger te lijden. Hij ging er op uit en vroeg bij één van de bewoners om werk. Hij mocht zijn varkens hoeden. Hij had zo’n honger, dat hij best van het varkensvoer had willen eten. Maar niemand gaf hem er iets van. 

Hé, maar gaat dat ook niet vaak zo bij ons? Dat we eerst dus ons eigen pad bewandelen, en dan flink onderuitgaan moeten gaan voordat we doorhebben waar we mee bezig zijn? Juist! Dat gebeurt dus ook bij de verloren zoon. Want in vers 17 lezen we:

Toen ging hij eens goed nadenken. Hij zei bij zichzelf: ‘De knechten van mijn vader hebben meer dan genoeg te eten. Maar ik ga hier dood van de honger. Ik zal naar mijn vader gaan. Ik zal tegen hem zeggen: ‘Vader, ik heb verkeerd gedaan tegen God en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te zijn. Mag ik alstublieft als knecht bij u komen werken.’ En hij ging naar zijn vader terug.

Ja hoor, ik herken mezelf hierin. Dat moment wanneer ik met lege handen sta en me realiseer dat ik het niet zonder allen die mij lief zijn kan, maar bovenal niet zonder God! Dan komt de inkeer en komt het besef dat wij “maar” mensen zijn en niets kunnen/zijn zonder hulp van Hem. En dan komt het mooiste, want in plaats van dat zijn vader zegt ‘sorry zoon, dit zijn de consequenties van jouw acties’ gebeurt er iets wonderlijks:

Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem aankomen. Hij had medelijden met hem. Hij liep hem snel tegemoet, omhelsde hem en kuste hem. De zoon zei: ‘Vader, ik heb verkeerd gedaan tegen God en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te zijn.’ Maar de vader zei tegen zijn dienaren: ‘Breng vlug de beste kleren hier en trek hem die aan. Doe een zegelring aan zijn vinger en trek hem schoenen aan. En haal het vetgemeste kalf en slacht het. Want we gaan feestvieren. Want mijn zoon hier was dood en hij is weer levend geworden. Want ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer terug!’ En ze gingen feestvieren (vers 20-24).

Wat een fantastische vader, of beter gezegd Vader! Want dat is natuurlijk waar deze gelijkenis over gaat: over jou en mij en de Here God! Wat een prachtig beeld van God! In plaats van ons af te wijzen, staat Hij al op ons te wachten, in het volste verlangen dat jij terugkeert naar Hem! God kijkt niet naar waar je vandaan kwam, maar Hij kijkt naar waar je heengaat! En als dat naar Hem is, dan kan Hij niets anders doen dan feestvieren. Amen!

Aan de slag!

Tjonge, wat fijn zeg! Dus wanneer wij zonde begaan/van Hem verwijderd zijn, is God juist helemaal niet méér van ons verwijderd. Hij komt juist dichter naar ons toe wanneer wij toegeven dat wij fout zaten en naar Hem terugkeren. Zoals we konden lezen in Lukas 15 viert God feest! Heb je nu iets waardoor je het gevoel hebt dat er een kloof tussen jou en God instaat? Dat je je net als de verloren zoon voelt? Weet je wat dan zo mooi is aan onze God? Je hoeft geen moeilijke gebeden te doen, je hoeft geen bijzondere zaken te verrichten, jij mag naar Hem toegaan gewoon zoals je bent. Ga op je knieën, praat met God, vertel wat je dwarszit. Hij wacht op je, met open armen!

Download de dagtekst en deel ‘m op social media. Gebruik de hashtag #zijlacht, vinden we leuk!

Bron

De toestand van de verloren zoon – Jaap Fijnvandraat 

Author: Nicolien

Dit is Nicolien. Nicolien is een gelukkige vrouw omdat ze de Heer kent en een geweldige dochter heeft die haar zoveel liefde geeft. Zij lacht van het zonnetje dat in huis schijnt, kinderboeken, family time en een kopje thee. Ze heeft zichzelf een online shop-verbod opgelegd maar dat lukt haar nog niet helemaal. Nicolien werkt in een huisartsenpraktijk als assistente waar ze tevens ook longfunctieonderzoeken uitvoert.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *